| Dag 1
|
Vertrek, aankomst
Nairobi |
|
| Je vliegt rechtstreeks
naar Nairobi. De reisbegeleiding wacht je op het vliegveld op en brengt je
naar een eenvoudig maar comfortabel hotel.

|
| Dag 2
|
Nairobi – Mount Kenya |
|
| Nadat de bagage en de
proviand in de truck geladen is, vertrekken we richting de vroegere ‘White
Highlands’. De weg voert over de hoogvlakte langs onder andere ananas-en
koffieplantages en Kikuyudorpjes. Vervolgens bereiken we de voet van Mount
Kenya en zetten de tenten op aan de rand van het bos.

|
| Dag 3
|
Mount Kenya, vrije dag |
|
| ‘s Morgens kun je
vroeg opstaan om een prachtige wandeling te maken door dicht nevelwoud met
baardmossen. In dit gebied komen honderden soorten vogels voor, maar ook
veel andere dieren zoals klipdassen, bavianen en de mooie Colobusapen. Bij
helder weer is de top van Mount Kenya hier goed te zien. De wandeling brengt
ons uiteindelijk bij een idyllische waterval. ‘s Middags kun je paardrijden.
‘s Avonds is er de mogelijkheid om Kikuyudansen bij te wonen.

|
| Dag 4
|
Mount Kenya – Shaba
National Reserve |
|
| Vandaag staan we vroeg
op. Kort na het vertrek passeren we de evenaar, waar we een korte stop maken.
Vervolgens vormt een lange afdaling met prachtige vergezichten het begin van
ons verblijf in het uitgestrekte noorden van Kenia, waar een warmer klimaat
heerst. Voorbij Isiolo verlaten we het asfalt en volgen de Trans African
Highway naar onze bestemming: het Shaba National Reserve (N.R.). Midden in
het park zetten we ons kamp op een prachtige plek aan de rivier onder de
palmbomen. In de loop van de middag gaan we op zoek naar wild. Op het heetst
van de dag zullen we bijna geen dieren zien omdat deze dan in de schaduw van
bomen liggen uit te rusten, een goed voorbeeld dat we zelf ook zeker zullen
volgen. We gaan op fotosafari, op zoek naar onder meer leeuwen en
jachtluipaarden. Tijdens onze speurtocht kunnen we olifanten, impala’s en
buffels zien, maar ook dieren die zich sterk aan de droogte hebben aangepast
zoals de netgiraffe, grévyzebra, gerenoek (girafgazelle) en spiesbok.
Eventueel kan je ook te voet het park bekijken: Shaba is één van de zeer
weinige wildparken waar beperkte wandelmogelijkheden zijn. Onder leiding van
gewapende rangers maken we een wandeling in het park en gaan naar een aan de
rivier gelegen schuilplaats, een schitterende tocht. Na het ondergaan van de
zon keren we terug bij onze kampeerplaats aan de rivier. ‘s Nachts worden we
bewaakt door rangers en hoor je voor de eerste keer de geluiden van de
Afrikaanse wildernis, zoals bijvoorbeeld de roep van hyena’s.

|
| Dag 5
|
Shaba N.R. – Maralal |
|
| Bij het eerste
ochtendgloren pakken we onze spullen in en vertrekken we naar het Buffalo
Springs National Reserve, dat samen met het Samburu National Park een groot
geheel vormt, voor een tweede gamedrive. Hierna reizen we door het gebied
van de Samburu, een kleurrijke stam die nog grotendeels traditioneel leeft.
Zij dragen net als de Masai in het zuiden van Kenia rode doeken en de
vrouwen dragen kilo’s zware kralenkettingen om hun hals. De vrouwen en de
krijgers zien er prachtig uit met al hun sieraden en gekleurde doeken. Hier
zijn ook hun traditionele sieraden en gebruiksvoorwerpen te koop. Vervolgens
rijden we door weg naar Maralal. Onderweg wordt het landschap merkbaar
droger en zien we met wat geluk de woestijnroos bloeien, een aparte plant
met tere, roze bloemen aan kale stengels. Onze vierwiel aangedreven
safaritruck bewijst hier goede diensten. Aan het einde van de lange, maar
prachtige tocht komen we aan bij Maralal, waar we onze tenten opslaan.

|
| Dag 6
|
Maralal – Loyangalani (Turkanameer) |
|
| Een lange maar
indrukwekkende reisdag brengt ons vandaag naar het Turkanameer. De hete,
droge lavawoestijn van het noorden van Kenia is één van de dunst bevolkte
streken van Afrika, maar landschappelijk gezien een van de meest
indrukwekkende delen van het hele continent, met name aan de oostkant van
het Turkanameer. Langzaam maar zeker verdwijnt de begroeiing. Bomen maken
plaats voor struiken en vervolgens voor grasland. Uiteindelijk gaat het
landschap over in een woeste, onvruchtbare vlakte. Her en der reizen uit de
vlakte schitterend gevormde tafelbergen en bergruggen op, soms paars of roze
gekleurd. Het lijkt of in dit gebied niemand kan leven, maar als we ergens
stoppen duurt het niet lang voordat we bezoek krijgen van Samburu of Turkana
die hier wonen. Vaak zijn ze erg nieuwsgierig naar onze manier van reizen of
willen ze wat drinkwater hebben. Met een beetje geluk zien we zelfs Rendille,
veehoudende nomaden die hun hele hebben en houwen op kamelen vervoeren.
Plotseling kijken we uit op het grootse Turkanameer. Dit meer is omringd
door grillig gevormde lavaheuvels en is onder meer beroemd geworden door het
geraamte van de oudste mens dat hier gevonden werd. Het is een schitterend
meer met een glinsterend blauwgroen wateroppervlak, dat midden in de
semiwoestijn bijna iets onechts heeft. Drie rivieren monden in het meer uit,
maar de verdamping is zo groot dat het waterpeil jaarlijks aanzienlijk zakt.
De baars die in het water rondzwemt is reusachtig: tot 375 pond. We zetten
onze tenten op in een oase met palmbomen.

|
| Dag 7
|
Loyangalani, vrije dag |
|
| Loyangalani is een
groene oase in het verder desolate landschap. Je kunt met een gids het dorp
intrekken en contact leggen met de verschillende stammen, waarvan de Turkana
de belangrijkste zijn. De Turkana dragen bruinige kleding en zijn veel
minder uitbundig op het gebied van sieraden dan de Samburu, maar torsen toch
nog een aardig gewicht aan sieraden met zich mee. Deze van oudsher
nomadische stammen leefden vroeger voornamelijk van de veeteelt, maar veel
van hun zijn door de droogte van de 80’er jaren overgegaan op een bestaan
als visser. Ook een boottocht over het meer, waarbij je ondermeer
verschillende soorten aalscholvers kunt zien, behoort tot de mogelijkheden.
Aan het eind van de dag is het goed toeven aan de oevers van het meer.
Vissers zijn vaak bezig hun netten binnen te halen en er is een prachtige
zonsondergang. Heldere nachten en volle maan zijn hier een bijzondere
belevenis, het meer krijgt een zilverachtige glinstering en honderden
kikkers geven een concert onder de prachtige sterrenhemel. In het maanlicht
van de zwoele nacht wordt soms bij de dorpjes spontaan gedanst en gezongen.
Op de schaduwrijke camping kun je genieten van een bijzondere douche en een
zwembad. 
|
| Dag 8
|
Loyangalani – South Horr,
vrije middag |
|
| We verlaten al vroeg
het Turkanameer en rijden door het indrukwekkende landschap naar South Horr.
Het stadje wordt voornamelijk bewoond door Samburu en ligt aan de voet van
een berg. Hierdoor heeft het altijd water en vormt een groene oase in het
verder dorre landschap. We kamperen hier in een boswachterij tussen de bomen
en hebben ‘s middags de gelegenheid om met een gids door het prachtige bos
te wandelen, waarbij we verbazingwekkend veel vogels en kleine diersoorten
kunnen zien. Een andere mogelijkheid is om de lokale missiepost te bezoeken
of om naar een van de Samburu-dorpjes te wandelen die in de omgeving liggen.

|
| Dag 9
|
South Horr – Maralal,
fac. kamelentocht |
|
| We verlaten de Rift
Valley en hebben onderweg prachtige uitzichten op indrukwekkende bergruggen
en diepe valleien. We rijden over het indrukwekkende Lerochi-plateau waar
veel Samburu wonen. Ze laten hun vee grazen op de uitgestrekte vlakte, waar
ook grote aantallen zebra’s en thomsongazellen voorkomen. In de loop van de
middag stijgen we omhoog naar de bergen die de afscheiding vormen tussen het
droge noorden en het gebied rondom Maralal. De overgang naar een veel
groener landschap is abrupt. Kort daarop dalen we af naar de
districtshoofdstad Maralal, waar de krijgers met hun rungu’s (knotsen)
rondlopen. Hun speren mogen ze niet meenemen het dorp in; onderweg van en
naar het dorp zie je ze er wel mee lopen. We slaan onze tenten op een goede
campsite buiten het stadje op. De liefhebbers kunnen aan het eind van de
middag met Samburu op kamelen de bush intrekken, een prachtige tocht die
door het groene landschap en door de bossen voert. Met wat geluk zie je
onderweg zebra’s en antilopen. Tegen het vallen van de duisternis kom je aan
in het kamp, waar eten wordt klaargemaakt op een houten vuurtje. In de wijde
omgeving is geen elektrisch licht, waardoor je vanuit je slaapzak een
schitterende sterrenhemel boven je kunt zien. Een bijzondere ervaring!

|
| Dag 10
|
Maralal, vrije dag, fac.
kamelentocht en excursies |
|
| De deelnemers aan de
kamelentocht keren in de loop van de ochtend weer terug op onze campsite. De
dag is verder vrij te besteden, maar er worden door de reisbegeleider
meerdere mogelijkheden voor excursies aangeboden. Maralal is een levendige
marktplaats, waar de vrouwen sieraden, tabak, houtskool en groenten verkopen
en de prachtig getooide krijgers vee aan de man brengen of gewoon maar ‘mooi
lopen te zijn’. We kunnen hier een bezoek brengen aan een van de
traditionele dorpen (manyatta) en een speermakerij. Daarnaast behoort het
bijwonen van een typische Samburudans tot de mogelijkheden. Je gaat hiervoor
naar een kleine manyatta buiten Maralal, zodat er niet veel andere reizigers
bij zijn. De krijgers springen vanuit stand zo hoog mogelijk om indruk te
maken op de aanwezige meisjes, die zich op hun mooist uitgedost hebben om op
hun beurt de jonge krijgers te beïndrukken. Ook de natuurliefhebbers hoeven
zich niet te vervelen, want her en der in de omgeving loopt wild, zoals de
elandantilope, zebra, impala, reuzetrap en secretarisvogel. Je kunt
zelfstandig of met een gids prachtige wandelingen maken. Heel bijzonder is
het bezoek aan het Sherp-project, dat opgestart is door een Samburu-vrouw,
Grace Seneiya. Zij richt zich op de opvang en integratie van gehandicapte
kinderen in het Samburu-district. Sherp staat voor Samburu Handicapped
Education and Rehabilitation Project. 
|
| Dag 11 |
Maralal – Baringomeer |
|
| We verlaten het
Lerochiplateau en dalen af de Rift Valley in. Onderweg ontmoeten we vaak de
Pokot, een nomadenvolk dat met geiten rondtrekt en opvalt vanwege de grote
hoeveelheid bijzondere sieraden die de vrouwen om hun nek dragen. In de loop
van de middag komen we aan bij het Baringomeer, een van de vele meren op de
bodem van de Slenk. Het Baringomeer is een paradijs voor vogelliefhebbers en
een uitstekende plek om het rustig aan te doen. Dit is tevens het stamgebied
van de fameuze Keniaanse marathonlopers. 
|
| Dag 12
|
Baringomeer, vrije dag (fac.
excursie Bogoriameer) |
|
| Vandaag is naar eigen
inzicht te besteden. Je kunt in de vroege ochtend een wandeling maken onder
leiding van een vogelkenner. Ook is een boottocht op het meer mogelijk
waarbij je nijlpaarden, krokodillen en visarenden kunt zien. Afhankelijk van
het seizoen is het aantrekkelijk om een excursie naar het spectaculair
gelegen Lake Bogoria te maken. Hier vormt de steile wand van de Grote Slenk
het decor voor flamingo’s, geisers en warme bronnen. Je kunt natuurlijk ook
gewoon relaxen in en bij het zwembad van de naast de camping gelegen lodge.

|
| Dag 13
|
Baringomeer – Nakuru,
vrije middag |
|
| We volgen de keten van
meren in de Grote Slenk in zuidwaartse richting. We slaan onze tenten op bij
de stad Nakuru, gelegen aan het gelijknamige meer. Je kunt de stad bekijken;
na de rust van de afgelopen dagen komt de drukte bijna onwerkelijk over,
vooral op en rondom de gezellige markt. Je kunt een lekker kop ‘chai’, thee
met veel melk, drinken in een van de bars of oude koloniale hotels.
Liefhebbers kunnen een excursie maken naar het wereldberoemde Nakuru N.P.,
waar je de zoutvlaktes rondom het meer vaak roze gekleurd worden door de
tienduizenden flamingo’s die hier voedsel komen zoeken. Iets verder van het
meer af vind je waterbokken, buffels, giraffen, klipdassen en witte
neushoorns. 
|
|
|
| ‘s Middags komen we in
het westen van Kenia, een vruchtbaar, landschappelijk aantrekkelijk
landbouwgebied met een heel ander karakter dan de rest van het land. In deze
heuvelachtige, dichtbevolkte streek wordt naast thee en koffie ook veel
suikerriet verbouwd. Men verbouwt hier onder andere kwalitatief goede thee
op de plantages, voornamelijk voor de export. In de loop van de middag komen
we aan in Kisii, een gezellige stad waar we op de markt boodschappen doen
voor de komende dagen. Je kijkt je ogen uit naar alle groenten en
fruitsoorten die je hier aan worden geboden.

|
| Dag 15
|
Kisii – Victoriameer,
vrije middag |
|
| Vanaf Kisii rijden we
door suikerrietplantages richting Tanzaniaanse grens, die we in de loop van
de ochtend passeren. We rijden vervolgens door een weids landschap met
“kopjes”, bijzondere granieten rotsformaties, en passeren de rivier de Mara.
We kamperen bij een lodge aan de rand van het Victoriameer, waar ‘s avonds
vaak een mooie zonsondergang te zien is. Het Victoriameer is het op één na
grootste zoetwatermeer ter wereld, bijna 2 maal zo groot als Nederland. Hier
is een enorme diversiteit aan vogels te bewonderen. In het meer komen
verschillende soorten vis voor die je in het restaurant bij de camping kunt
uitproberen. ‘s Middags is het mogelijk om naar een vissersdorpje te varen
met originele vissersboten of heerlijk uit te rusten bij het water

|
| Dag 16
|
Victoriameer – Serengeti
National Park |
|
| Vandaag gaan we op pad
naar een van ‘s werelds grootste natuurgebieden, in oppervlakte bijna de
helft van Nederland. Tenzij de wegen het niet toelaten, rijden we door de
weinig bezochte Western Corridor het indrukwekkende Serengetipark binnen.
Tijdens de Grote Trek van de gnoes trekt de helft van deze dieren door dit
prachtige westelijke gedeelte, terwijl het andere deel naar de Masai Mara in
Kenia trekt. In de Serengeti tref je de grootste concentratie wild ter
wereld! Na een lange, afwisselende reisdag slaan we midden in het park voor
twee dagen ons kamp op en kun je onder een prachtige sterrenhemel genieten
van de nachtelijke geluiden van de wildernis.

|
| Dag 17
|
Serengeti National Park |
|
| In het Serengetigebied
bevinden zich diverse ecosystemen en vegetaties. Geweldige vlakten met
‘Serengetigrassen’ en ‘kopjes’ worden afgewisseld door kleine stroompjes en
poelen die omzoomd worden door acacia’s. We volgen het ritme van de bush en
gaan ‘s morgens vroeg en in de namiddag, als het niet te heet is, op zoek
naar de dieren. Op de vlakten leven duizenden zebra’s, gnoes, impala’s,
thomsongazellen en giraffen. Met zoveel prooidieren zijn er ook veel leeuwen,
cheeta’s, luipaarden en andere roofdieren, die je met een beetje geluk zult
kunnen fotograferen tijdens de ‘gamedrives’

|
| Dag 18
|
Serengeti National Park
– Ngorongorokrater |
|
| Na het ontbijt en het
opbreken van het kamp maken we nog een gamedrive over de uitgestrekte
vlakten van de Serengeti in de richting van de reusachtige Ngorongorokrater.
Een steile klim brengt ons tot aan de rand van deze ingeklapte vulkaan.
Vanaf onze kampeerplaats heb je een prachtig uitzicht over de krater. Door
de hoogte kunnen we een koude nacht tegemoet zien.

|
| Dag 19
|
Ngorongorokrater – Lake
Eyasi |
|
| Vroeg in de ochtend
gaan we met landrovers deze vulkaankrater in voor een gamedrive. Op de 600 m
lager gelegen kraterbodem zijn leeuwen, olifanten, antilopen en andere
dieren vaak tot zeer dichtbij te naderen. Ook is dit een van de weinige
plekken waar de zwarte neushoorn nog gezien kan worden, terwijl in het meer
in de krater vaak flamingo’s te vinden zijn. De krater bevat het hele jaar
door zoetwaterbronnen, waardoor dit prachtige natuurgebied de grootste
concentratie wild per m² ter wereld heeft. ‘s Middags verlaten we de
kraterrand en maakt de open vegetatie plaats voor hellingen met tropisch
regenwoud. Een flinke afdaling met prachtige vergezichten brengt ons in een
vruchtbaar gebied waar zich ten tijde van de kolonisatie blanke
grootgrondbezitters hebben gevestigd. We dalen voor de laatste keer af in de
Grote Slenk, waar je de typische en reusachtige baobabbomen (apebroodbomen)
kunt zien. Via een onverharde weg komen we terecht bij het Eyasi meer, waar
we op een mooie plek onze tenten opslaan.

|
| Dag 20 |
Lake Eyasi, vrije
ochtend – Arusha |
|
| Vanochtend kun je een
wandeling onder begeleiding van een gids maken door de mooie omgeving van
Lake Eyashi. Dit is het woongebied van de Hadzabe, een stam die hier al
bijna 10.000 jaar leeft. De Hadzabe zijn een van de weinig overgebleven
jager-verzamelaar stammen van het Afrikaanse continent en gebruiken
onderling een stokoude taal, die grotendeels uit klikgeluiden bestaat en
voor buitenstaanders niet te volgen is. Net zoals de andere
jager-verzamelaar stammen zoals de Khoisan (Bosjesmannen) en pygmeeën zijn
zij grotendeels verdwenen met de komst van landbouwende stammen of
veehoudende stammen als de Masai. Er leven in dit gebied nog enkele
honderden van hen en we zullen zeker naar ze op zoek gaan, al is dat niet
altijd succesvol omdat ze geen vaste verblijfplaats hebben. Aan het begin
van de middag vertrekken we naar Arusha, waar we aan het einde van de middag
aankomen. Je kunt nog het aardige stadje bezoeken dat een aantal historische
gebouwen en leuke winkels heeft, waar je onder andere wat souvenirs kunt
kopen. Daarnaast is de levendige markt een bezoek waard. Vervolgens gaan we
naar een gezellige camping net buiten het stadje, waar de kok voor de
laatste keer het avondmaal voor ons zal bereiden.

|
|
|
| Van Arusha rijden we
noordwaarts naar de grens met Kenia. Vlak voor de grens stoppen we bij een
Masai dorpje, dat zodanig is opgezet dat de inkomsten uit toerisme
grotendeels besteed worden aan het verbeteren van de leefomstandigheden van
het dorp. De Masai leven in het grensgebied van Kenia en Tanzania. Het zijn
opgewekte, geharde mensen die leven van de veeteelt. Hun kuddes bestaan
voornamelijk uit geiten en zeboes (bultrunderen). De Masai vinden dat God
hen uitverkoren heeft om al het vee ter wereld te hoeden. De krijgers zijn
vaak uitgerust met een speer, een van een boomwortel gemaakte werpstok en
een ‘simi’, een kapmes. Elke ‘manyatta’ (Masaidorp) heeft een ouderling, die
alom wordt gerespecteerd. Om hun dapperheid te bewijzen moeten de mannen
tijdens hun ‘dienstjaren’ een leeuw doden. De vrouwen van de Masai tonen ons
hun zelfgemaakte sieraden en kleding. De Masai gaan gekleed in de
traditionele rode omslagdoeken en zijn behangen met kettingen, kralen en
oorbellen. Zij spreken hun eigen taal, het Maa, maar ook Engels en Swahili,
de voertaal in heel Oost-Afrika. Na dit bezoek steken we bij Namanga de
grens over, Kenia in, en rijden door het savannelandschap naar Nairobi. De
heksenketel van de grote stad zal je waarschijnlijk wel overvallen na zo’n
langdurig verblijf in de Afrikaanse bush! Een bezoek aan de drukke markt of
de wijk waar de houtsnijwerkers werken biedt een goede gelegenheid om je
laatste souvenirs te kopen. We overnachten weer in hetzelfde hotel als de
eerste nacht. ‘s Avonds kunnen we de reis op een feestelijke manier
afsluiten in een van de vele goede restaurants die de stad rijk is.

|
| Dag 22
|
Vertrek, aankomst in
Nederland. |
|
| ’s Morgens vertrekken
we naar het vliegveld voor de terugvlucht. Aan het einde van de dag komen we
weer in Nederland aan. |